Q1 en Q2 zijn samengebracht met de aanvullende eigen Meta-inzet en de Google-foldercampagnes. Zo ziet bijSTOX in één oogopslag wat er is geïnvesteerd, hoeveel verkeer is gerealiseerd en waar Google winkelbezoek meet.
De reguliere KW1/KW2-campagnes vormen de basis. Daarbovenop nemen we de apart aangeleverde eigen bijSTOX-advertenties en de als H1 herkenbare Meta-foldercampagnes mee.
Meta heeft in H1 een brede rol gespeeld: reguliere campagnes bouwen schaal, terwijl eigen berichten en foldercampagnes extra verkeer toevoegen. Voor H2 adviseren we de contentselectie eenvoudiger te maken: organisch signaal → betaald testen → winnaars opschalen.
Voor Nederland en Duitsland gebruiken we de vergelijkbare KW1/KW2-campagnes als basis. Zo blijft de marktvergelijking zuiver, terwijl het H1-totaal hierboven ook eigen inzet en folders bevat.
Duitsland vertegenwoordigt in H1 ongeveer de helft van de Meta-weergaven, maar een veel kleiner aandeel van de linkklikken. Dat maakt de markt niet automatisch minder waardevol: de campagnemix verschilt. Wel is het een duidelijke reden om Duitse campagnes sterker te koppelen aan concrete bezoekredenen, lokale creatives en retargeting — en winkelbezoek waar mogelijk leidend te maken.
De bronregels zijn bewust behouden. Zo blijft het overzicht herleidbaar naar de oorspronkelijke kwartaalrapportages, terwijl we extra KPI's zoals CPC toevoegen.
| Campagne | Kwartaal | Markt | Linkklikken | Kosten | CPC | Weergaven | Bereik |
|---|
Deze aanvullende regels verklaren het verschil tussen de oorspronkelijke kwartaalrapportages en het complete H1-totaal. De details blijven beschikbaar voor controle, maar de klant hoeft ze niet allemaal te onthouden.
| Campagne | Bron | Linkklikken | Kosten | CPC | Weergaven | Bereik* |
|---|
De nieuwe KW1-aanvulling bevat acht Google Display-foldercampagnes. De eerste PMAX-regels in dat bestand zijn dezelfde campagnes als in het oorspronkelijke KW1-rapport en zijn daarom niet dubbel opgeteld.
Foldercampagnes hebben in de bron geen Store Visit-meting. Een waarde van 0 betekent hier dus niet dat ze geen winkelbezoek veroorzaken; alleen dat deze KPI niet voor die campagnevorm beschikbaar is. Daarom beoordelen we performancecampagnes en folders niet op exact dezelfde KPI.
De folders voegen veel extra verkeer toe tegen een lage gemiddelde CPC. Voor dit campagnetype kijken we vooral naar verkeer en ondersteuning van de winkelcommunicatie.
Voor de klant houden we het eenvoudig: Google heeft twee functies. Performancecampagnes gebruiken we om winkelbezoek en commerciële intentie te sturen; foldercampagnes zorgen voor extra zichtbaarheid en verkeer rond de actuele winkelcommunicatie. Beide horen bij hetzelfde totaalbeeld, maar vragen om een andere KPI.
| Campagne | Kwartaal | Type | Bron | Markt | Klikken | Kosten | CPC | Vertoningen | Store Visits* |
|---|
Dit dashboard is het historische fundament. De tweewekelijkse Marketing Pulse vult het aan met recente social-signalen, contentprestaties, budgetontwikkeling en concrete vervolgstappen.
Welke campagne, creative of organische short-form valt positief of negatief op?
Is dit ruis, een structurele trend of een kans die past bij de commerciële doelstelling?
Opschalen, aanpassen, stoppen, testen of extra content maken.
Eigenaar, volgende stap en moment waarop we het effect opnieuw beoordelen.
Alle H1-cijfers blijven herleidbaar naar de oorspronkelijke kwartaalrapportages en de aanvullende Meta- en Google-bestanden.
Rapportdatum 08/04/2026 · Meta + Google Ads
Rapportdatum 03/07/2026 · Meta + Google Ads back-updata
Eigen bijSTOX-advertenties + Meta Ads & foldercampagnes. Het H1-dashboard gebruikt alleen de relevante H1-regels.
KW2 performancecampagnes + tijdelijk back-upaccount + Google Display-foldercampagnes.
De PMAX-regels bovenin dit bestand zijn al onderdeel van de oorspronkelijke KW1-rapportage. In het H1-totaal zijn daarom alleen de aanvullende foldercampagnes extra toegevoegd.